Bouw en geschiedenis van de Nieuwe Kerk

Hoeveel Haarlemmers weten wat voor een bijzonder gebouw ze met de Nieuwe Kerk
binnen hun stadscentrum hebben? En hoevelen weten, dat niet hun Grote Kerk,
maar hun Nieuwe Kerk een plaats veroverde in de 24-delige serie 'The Great
Books of World Art'?
Jacob
van Campen bouwde de Nieuwe Kerk in 1649 naar het model van de tempel van
Jeruzalem, zoals men zich die in 17e eeuw voorstelde. Dat verklaart bijvoorbeeld
een bijzondere stijlkenmerk van het gebouw: zijn ingezwenkte steunberen aan
de buitenzijde; een stijlkenmerk dat terugkeert in de opgang naar de preekstoel.
En dat verklaart meer in het algemeen ook de strenge gevelopbouw, die de kerk
bijna het aanzien van een (tempel)burcht geeft.

Met
deze bouwstijl speelde van Campen in op het levensgevoel van zijn gereformeerde
tijdgenoten. Voor hen betekende de Reformatie in de Nederlanden het herstel
van de religie in haar oorspronkelijke zuiverheid. Ze zagen zichzelf graag
als een nieuwe natie en een nieuw Israël, dat in religieus en politiek
opzicht de glorie van het oude Israël deed herleven. Van Campen ontwierp
met zijn Nieuwe Kerk een gebouw dat in architectonisch opzicht naadloos
bij dit zelfbeeld aansloot: een nieuwe tempel voor een nieuw Godsvolk,
waarin de glorie van de oude tempel zich weerspiegelde. De
toren dateert van 1613 en werd gebouwd in Hollandse Renaissance stijl door
de Haarlemse stadsarchitect Lieven de Key als toevoeging aan de toenmalige
St. Annakerk.
Het Hess-orgel van de Nieuwe
Kerk (geluidsfragment)

De
Nieuwe of Sint Annakerk (in de Vijfhoek) te Haarlem bezat tot 1791 geen orgel.
In dat jaar kwam in deze situatie verandering toen door de Goudse orgelbouwer
Hendrik Hermanus Hess tegen de westelijke kerkmuur een orgel werd geplaatst.
Hess was in Haarlem geen onbekende, aan hem was sinds 1780 het onderhoud
van het Müllerorgel opgedragen. In de Nieuwe Kerk bouwde hij een nieuw
instrument, waartoe hij een aanzienlijk aantal uiterst waardevolle bestanddelen
(waaronder veel pijpwerk) van een van de kleine orgels uit de Grote of Sint
Bavokerk te Haarlem (het zogenaamde Zuiderorgel) benutte. Dat oude orgel
werd in 1791 door Hess gedemonteerd. Orgelkas en windladen – waaronder
de springlade van het Manuaal (Hoofdwerk) - werden afgedankt, maar het oude
eiken oxaal en enige houten stijlen werden vanuit de Grote Kerk naar de Nieuwe
Kerk overgebracht. Onder dit oude oxaal werd een nieuw lampet aangebracht.

Windladen
(alle sleepladen) met bijbehorend regeerwerk en een aantal registers werden
nieuw vervaardigd. Nieuw was ook de fraaie kas,
die qua bouwstijl duidelijk afwijkt van eerdere Hess-orgels als die te
Alphen aan den Rijn/Oudshoorn (1783) en Rotterdam-Charlois (1784).
Na de oplevering in 1791 heeft dit orgel in de negentiende en de twintigste
eeuw veel veranderingen ondergaan. In 1985 en 1994 werd het geheel gerestaureerd
door orgelbouwer Gebr. Van Vulpen B.V. te Utrecht. Bij de restauratie
van hoofdwerk en bovenwerk in 1985 was Klaas Bolt als adviseur van de
kerkelijke gemeente betrokken, bij de restauratie van het pedaal in 1994
heeft Dr. Hans van Nieuwkoop de werkzaamheden voor het kerkbestuur begeleid.
Geluidsfragment
en dispositie van het orgel ...
Bezichtiging
In overleg met de koster Cees Varkevisser tel. 023-5311183 (email

).